7 dagen naar Pasen
In de week voor Pasen staan we bewust stil bij het sterven van Jezus. Een verhaal van Zijn liefde, Zijn sterven en Zijn opstanding. Zijn dood is onze hoop! In deze week volgen we Jezus in Zijn laatste week hier op aarde, Zijn dood op Goede Vrijdag en Zijn opstanding op Paaszondag.
De laatste week van Jezus’ leven, bekend als de Stille Week of Goede Week, begon met Zijn triomfantelijke intocht in Jeruzalem op Palmzondag. Daarna onderwees Hij in de tempel, vierde het Laatste Avondmaal op donderdag, werd verraden en gearresteerd, en stierf Hij op vrijdag aan het kruis op Golgotha. De week eindigt met Zijn opstanding op Paaszondag.
Wil je thuis of in je opvang ook stilstaan bij Pasen en het verhaal van de Heere Jezus uitleggen aan de kinderen? Wij hebben voor elke dag van deze week iets moois voor je bedacht.
Maak het verhaal klein en begrijpelijk voor de jongste kinderen. Gebruik eenvoudige woorden, herhaling en veel beleving. Zo ontdekken zij waarom Jezus is gestorven aan het kruis, waarom Hij móest sterven aan het kruis. Door het sterven en opstaan van Jezus, wat Hij deed uit liefde voor ons, kunnen zij een nieuw hart ontvangen.
MAANDAG: GOD MAAKT ALLES NIEUW
Bijbelgedachte: God is de Schepper, dat is de Maker van het leven. Hij heeft de hemel en de aarde geschapen. De zon, de bloemen, de dieren en ook jou. Alles wat leeft, komt van God. Hij zorgt ook voor ons en voor alles wat groeit. Daarom moeten ook wij heel goed voor de aarde en voor de natuur zorgen.
Alles wat op deze aarde leeft, gaat een keer dood. Daarom is Jezus naar deze aarde gekomen. Door Zijn leven, lijden en sterven, heeft Hij ervoor gezorgd dat wij een nieuw en eeuwig leven kunnen krijgen in de hemel. Door het sterven van Jezus, kunnen wij opnieuw en voor altijd in vrede komen met God.
Activiteit: Zaadjes planten (stap voor stap)
- Kinderen bewust maken van de natuur en leren daar goed voor te zorgen
- Kinderen bewust maken dat wij wel een zaadje kunnen planten en verzorgen, maar dat God het is Die zorgt dat er nieuw leven komt (een nieuw plantje).
Materialen:
- Doorzichtige bekers
- Watjes
- Tuinkerszaad
- Klein gietertje of bekertje water
Zo doe je het:
- Laat de kinderen de watjes in het bekertje stoppen.
- Samen maken jullie de watjes nat (niet te nat).
- Strooi samen de zaadjes erop.
- Zet de bekers bij het raam.
- Kijk elke opvangdag bij de bekers of je al iets groens ziet en dank in je gebed(en) God bewust voor het laten groeien van de plantjes.
Om dit laatste uit te leggen kun je een hart tekenen met in het midden een troon. Vertel de kinderen dat er altijd iemand de baas of de koning van je hart is. Als het niet de Heere Jezus is, wie is het dan wel? Leg uit dat ze dan zelf de baas over hun leven willen zijn. Teken een poppetje op de troon in het hart. Het kruis {de Heere Jezus} teken je buiten het hart. Zo ziet je leven eruit als Jezus niet de Koning van je hart is. De Heere Jezus wil niet ergens een klein plekje in je hart en leven hebben. Hij wil graag de belangrijkste zijn, de Koning, een andere mogelijkheid is er niet. En als Hij dat niet mag zijn, is Hij buiten je hart.
Teken daarna een tweede hart. ‘Wat gebeurt er in je hart als je de Heere wél je Koning, de belangrijkste van je leven, laat zijn?’ Teken opnieuw een troon, maar nu met het kruis erop. Voor de troon teken je hetzelfde poppetje, maar nu knielend voor Jezus.
Maak een vlaggenlijn waarin je de symbolen van het kruis, een kroon en een hart kent en leer de kinderen de zin: Jezus wil de Koning van je hart zijn.
DINSDAG: JEZUS IS EEN ANDERE KONING
Thema: Jezus is de beloofde Redder, maar niet op de manier die de mensen verwachtten. De mensen snappen Zijn Koning-zijn niet.
Lang geleden trok Jezus Christus naar de stad Jeruzalem. Het was bijna feest en daarom kwamen er veel mensen naar de stad. Toen Jezus Jeruzalem binnenkwam, reed Hij niet op een groot paard zoals de meeste koningen, maar op een klein ezeltje. Dat liet zien dat Hij vriendelijk en nederig was.
De mensen waren heel blij om Hem te zien. Ze zwaaiden met takken en riepen: ‘Hosanna!’ Dat betekent: wij zijn blij dat U er bent! De kinderen deden ook mee en juichten hard. Maar niet iedereen was blij. Sommige belangrijke mensen vonden het niet goed wat er gebeurde. Jezus liet zien dat Hij een Koning is Die liefde en genezing brengt, geen macht en strijd. Een nederige Koning Die goed is voor anderen. Hij gaf alles wat Hij had, zelfs Zijn leven. Ze begrepen niet dat Hij geen gewone koning was met een prachtige kroon en een mooie troon in een mooi paleis, maar een Koning die op aarde moest sterven aan een kruis. Zijn kroon en Zijn troon staan in de hemel.
Activiteit: Wie is je koning?
Vertel het verhaal van de intocht in Jeruzalem aan de hand van een kinderbijbel. Sta erbij stil dat Jezus huilde. Waarom was Hij niet blij? Omdat de mensen Hem alleen maar als aardse koning wilden, om de Romeinen te verjagen. Hij wist ook dat dezelfde mensen Hem enkele dagen later alleen maar aan het kruis zouden willen hangen. Hij mocht niet echt hun Koning zijn. Niet de Koning van hun leven en de Koning van hun hart.
WOENSDAG: JEZUS MAAKT DE TEMPEL SCHOON
Thema: God wil dat we eerbied voor Hem hebben en voor Zijn Huis (de kerk). Jezus wil dat wij zelf ook een ‘schoon hart’ hebben: eerlijk zijn.
Vlak voor Pasen ging Jezus Christus naar de tempel in Jeruzalem. De tempel was een speciale plek waar mensen baden en dicht bij God wilden zijn. Maar toen Jezus daar kwam, zag Hij iets verdrietigs.
Op het tempelplein stonden mensen dieren te verkopen en geld te wisselen. Het leek meer op een drukke markt dan op een rustige plek om te bidden. Jezus vond dat niet goed. Hij wilde dat de tempel een huis van gebed bleef.
Daarom maakte Hij een soort zweep van touwtjes en joeg de verkopers weg. Hij gooide de tafels van de geldwisselaars om en zei: “Dit is een huis van God, geen markt!”
De mensen keken verbaasd toe. Sommigen schrokken, anderen begrepen wat Hij bedoelde. Met deze actie liet Jezus zien hoe belangrijk het is dat we respect hebben voor God en voor de plaats waar we Hem mogen aanbidden. Ook is het belangrijk dat we zuiver zijn, dat ons hart ‘schoon’ blijft, dus dat we eerlijk zijn, goed voor elkaar. Een schoon hartje hebben, dus dat we eerlijk zijn en goed zijn voor elkaar.
ACTIVITEIT: Lammetjes kijken
Op het tempelplein waren veel dieren. Ga naar een (kinder)boerderij om lammetjes te bekijken. Zij zijn ook nog klein, net als de kinderen. De Heere is een herder, die zijn kinderen, zijn lammetjes, overal ziet en hoort en altijd voor hen zorgt. Zodat zij niet verdwalen.
ACTIVITEIT: zingen
ACTIVITEIT: Wat betekent het als God je zonden vergeeft?
Materialen:
- Miniwhitboard (Action, € 0,99
- Zwarte permanentstift
- Rode Permanentstift
Hoe doe je het?
Teken met rood een hart op het whiteboard. Leg uit dat je hart zondig is. Elke keer als we de dingen doen die God ‘zonde’ noemt, maakt dat ons hart als het ware ‘vuil’. Laat de kinderen verkeerde dingen (zonden) noemen, in algemene zin, maar ook in hun eigen leventje en schrijf die met zwart in het hart.
Als het hart is volgeschreven, vraag dan de kinderen de letters (zonden) weg te vegen. Dat lukt niet!
Let uit dat het zo ook is met ons hart. We kunnen de zondige dingen zelf niet wegvegen, we kunnen ons hart niet schoonmaken, niet rein maken. Wat kan ons hart reinigen? Het bloed van de Heere Jezus!
Pak de rode permanentstift en kleur het hart ermee rood. Het mooie is dat de rode stift de zwarte woorden weghaalt. De link is dan natuurlijk makkelijk gemaakt: zo maakt het bloed van de Heere Jezus ons hart schoon, zo wit als sneeuw.
Activiteit: voetwassing (met dank aan gelovenisleuk.nl)
Thema: Jezus heeft alles voor ons over gehad, zelfs Zijn eigen leven. Als we Jezus willen volgen, vraagt Hij van ons dat we nederig zijn en goed voor anderen, ook als we dat soms moeilijk vinden.
Benodigdheden:
- Print werkblad voeten en kom uit. Knutsel voetwassing
- Stukjes stof of keukenpapier (de doek waarmee de voeten worden afgedroogd)
- Kleurtjes
- Losse A4 vellen papier
Werkbeschrijving:
- Laat de kinderen de kom en de voeten kleuren
- Knip de kom en voeten uit (zie inspiratiepagina)
- Knip de stippellijn in de kom open
- Schuif de voeten erin en zet ze aan de achterzijde desnoods vast.
- Plak alles op een vel papier
- Schuif de voeten een stukje in het ‘stippellijntje
DONDERDAG: DOOR JEZUS KAN GOD ONZE ZONDEN WEER VERGEVEN
Jezus zit met Zijn vrienden, Zijn discipelen, aan tafel en samen eten ze de paasmaaltijd. Deze dag is voor hen heel belangrijk, omdat ze eraan denken dat God hun volk heel veel jaren geleden uit Egypteland heeft bevrijd.
Omdat het altijd stoffig is op de weg en ze allemaal sandalen dragen, zijn hun voeten natuurlijk vies en stoffig. Er staat ook een kom water en een doek om de voeten te wassen, maar niemand heeft zin om dat te gaan doen. Het is natuurlijk ook niet zo’n fris karweitje. Maar dan pakt Jezus de kom en de doek en Hij wast hun voeten. Hij laat zien dat als je Hem wil volgen je van andere mensen net zoveel moet houden als van jezelf. Dat is wat Hij ook laat zien als ze daarna gaan eten. Hij zegt dan: Dit is Mijn Lichaam. Hij weet al dat Hij straks heel veel pijn gaat krijgen. Dat Hij zou gaan sterven. Dat maakte Hem verdrietig. Maar Hij stierf uit liefde, om ervoor te zorgen dat mensen een nieuw hart kunnen krijgen en voor eeuwig bij God mogen wonen.
Het brood is net als Jezus’ leven. Door het brood te breken en het te delen zei Jezus eigenlijk: “Mijn lichaam zal pijn hebben, Ik zal moeten sterven, maar dit doe Ik voor jullie”.
VRIJDAG: DE DAG DAT JEZUS STERFT
Bijbelgedachte: de dood van Jezus aan het kruis is geen vergissing, dit moest Jezus doen om ervoor te zorgen dat iedereen, alle mensen een nieuw hartje kunnen krijgen.
Vertel: “Sommige mensen waren boos op Jezus. Hij moest sterven aan een kruis. Dat was heel verdrietig. Zijn vrienden waren verdrietig. Maar God had een plan. Dit wás Zijn plan. Dit moest gebeuren. Het verhaal was nog niet klaar”. Houd het veilig zonder details.
Het sterven van Jezus aan het kruis is altijd moeilijk uit te leggen aan kinderen. Wat kan helpen is wanneer je de betekenis van dit verhaal ‘verpakt’ in een maaltijd die een christelijke variant is op de Joodse Sedermaaltijd. Elk eten heeft hierin een eigen ‘verhaal. De maaltijd kost wel wat voorbereiding, dus kijk in de loop van de week vast wat je nodig hebt en wat je eventueel tevoren al klaar kunt maken.
- Wat heb je nodig?
- Grote schaal kipdrumsticks
- ‘Groene groente’ (bv. broccoli)
- Bittere kruiden (bv. mierikswortel van Albert Heijn of Jumbo)
- Matzes (gewoon te koop in de supermarkt)
- Breekbrood of stokbrood
- Druivensap
- Een ‘wit’ toetje (bv. yoghurt, vanille-ijs)
- Feestelijk gedekte tafel met kaarsen
- (Kinder)bijbel: verhaal over uittocht uit Egypte én het gedeelte over de Kruisiging van Jezus
Je dekt de tafel feestelijk en steekt hierbij ook kaarsen aan. Voorafgaand aan de maaltijd schenkt je voor iedereen een glas (glaasje!) druivensap in. Dit glas symboliseert de dankbaarheid voor het offer dat Christus heeft gebracht aan het kruis. Dit is een mooi moment om gezamenlijk te ‘bidden en daarin God te danken voor het eten’ om daarna te drinken uit het glas druivensap als ‘glas van de dankbaarheid’.
Daarna lees je het verhaal van de uittocht uit Egypte (de dood van de Egyptische jongens, het leven van de Joodse kinderen achter het bloed van het lammetje dat aan de deurposten was gestreken).
Hierna schenkt je opnieuw één glas vol druivensap en zet je in het midden van de tafel. Dit glas drinkt NIEMAND leeg. Het wijst naar de ‘beker van Gods toorn’ die door Christus is leeggedronken op Golgotha.
Nu zet je het hoofdgerecht op tafel. De gebakken drumsticks (verwijst naar het gebroken lichaam van Christus), de groene groente (verwijzing naar het nieuwe Leven dat door het offer van Christus mogelijk is geworden), de bittere kruiden (het bittere lijden en sterven), de matzes (de ‘gaten’ in de handen en voeten door de spijkers) en het breekbrood (verbroken lichaam). Laat de kinderen raden naar wat welk gerecht verwijst.
Lees na het eten het gedeelte over de kruisiging en de dood van Christus.
Zet ná het eten de glazen (glaasjes) óp de borden en schenk er zóveel druivensap in, dat de glaasjes overstromen. Deze ‘bekers der verlossing’ verwijzen naar de overvloed aan vergeving voor onze zonden door het vergoten bloed van Christus.
Ná het eten komt het witte toetje op tafel dat ernaar verwijst dat we door het offer van Christus weer rein zijn voor God.
Als de maaltijd is afgelopen, doof je de kaarsen. Laat de kinderen dit moment heel bewust zien, omdat dit verwijst naar het Licht dat uitdoofde op Golgotha. Christus die werd begraven. Laat de kaarsen op tafel staan tot Pasen (op ‘stille zaterdag’ blijven de kaarsen dus uit!
Steek de kaarsen op Paasmorgen aan waar de kinderen bij zijn: Christus heeft overwonnen!
Voor de grotere kinderen of na het eten:
Lees 1 Korinthe 15:20-22, 35-38 en 42-44 en bespreek deze verzen aan de hand van de volgende vragen (eventueel kun je verspreid over de dag (of over enkele dagen) ook drie korte Bijbelmomenten houden).
- Hoe komt het dat mensen sterven (vers 21-22)? (Adam heeft gezondigd. De straf op de zonde was de dood. Omdat Adam gezondigd heeft, moeten wij sterven).
- Waar wachten alle gestorven en begraven mensen op (vers 21)? (Tot ze op zullen staan uit het graf op de dag dat de Heere Jezus terugkomt op aarde).
- Hoe kan het dat mensen op zullen staan (vers 22)? (Dat kan alleen door de Heere Jezus. Omdat Hij levend is geworden, zullen ook alle mensen eens weer levend worden).
- Waarmee vergelijkt Paulus begraven (vers 37-38)? (Met het zaaien van een zaadje in de aarde of het planten van een bloembol in de grond).
- Waarom vergelijkt hij begraven hiermee (vers 42)? (Omdat er met het lichaam in het graf iets gebeurt dat je kunt vergelijken met wat er bij een zaadje of een bloembol gebeurt) Wat gebeurt er dan? (Een zaadje of bloembol dat je in de aarde stopt, vergaat. Daar blijft niets van over. Maar uit dat zaadje of die bloembol groeit een nieuwe plant. Je moet een poosje wachten, maar daarna kun je dat zien. Het lichaam dat in de aarde begraven wordt, vergaat. Daar blijft op den duur niets van over. Maar als de Heere Jezus terugkomt op de aarde, komt zo iemand met een nieuw lichaam (een geestelijk lichaam, vers 44) uit het graf. Je zou kunnen zeggen: het graf is een wachtkamer. Het dode lichaam wacht tot het moment dat de Heere Jezus terugkomt. Dan komt het uit het graf).
- Wat zegt Paulus over het lichaam waarmee zij zullen opstaan (vers 42-44)? (Het is onverderfelijk [=onvergankelijk =kan niet meer sterven], heerlijk [=schitterend], krachtig [=sterk] en geestelijk [=net als engelen]).
Spelen is voor kinderen verwerken. Op verschillende manieren kun je kinderen dat wat ze gezien en gehoord hebben laten verwerken. Een aantal suggesties. (Kies zelf wat je bij je kind vindt passen):
- Maak van buitenmateriaal (mos, stenen, houtsnippers, bloempot) een graftuin of maak van Lego, Duplo of andere blokken een begraafplaats
- Maak van een kartonnen bordje een graf dat open en dicht kan (zie hieronder)
- Poot bloembollen of zaai zaadjes aan de rand van een glazen pot, zodat je kunt kijken hoe de bloembol / zaadjes vergaan en er nieuw leven uit groeit. Bekijk de bloembollen / zaadjes eerst goed. Ze lijken wel dood. Ze gaan ook sterven. Maar er zal nieuw leven uit groeien. Herhaal tijdens het groeiproces dat je door het glas kunt volgen 1 Korinthe 15:35-38 en benoem nogmaals wat Paulus hier zegt.
- Maak een raamtekening rond Goede Vrijdag, Stille Zaterdag en Paaszondag.
ZATERDAG: HET STILLE GRAF
Jezus is gestorven en begraven. Hij ligt in het graf. Er is verdriet bij zijn vrienden, zijn discipelen. Zij dachten dat Hij de beloofde Koning was die hen zou redden van hun vijanden. En nu leeft Hij niet meer. Hoe kan dat nu? Ze hebben nog steeds niet begrepen dat Jezus móest sterven. Dat Hij geen koning was die met een prachtige gouden kroon zou rondlopen op deze aarde. Dat Hij hen verlost van hun allergrootste vijanden: de duivel en de zonde. Daarom is het stil. De discipelen vieren hun Sabbath en zijn daarom niet bij het graf. Er staan alleen twee Romeinse soldaten op wacht. Zij zorgen ervoor dat er niemand bij het graf kan komen.
In de hemel is het ook stil. Alle engelen houden hun adem in. Jezus heeft overwonnen en zij weten dat Hij de volgende dag zal opstaan uit de dood. Zij wachten vol ongeduld totdat Jezus zal opstaan uit de dood.
Activiteit (met dank aan bijbelsopvoeden.nl)
Vertel dat het vandaag Stille Zaterdag is: de dag tussen Goede Vrijdag en Paaszondag. Ga met hen in gesprek hierover. Het is ook heel mooi wanneer je de vragen stelt tijdens een bezoek aan een begraafplaats op deze dag.
- Wat weten we over de Heere Jezus op Stille Zaterdag? (Toen lag Hij in het graf)
- Waarom zou deze dag Stille Zaterdag genoemd worden? (In een graf (en op de begraafplaats) is het stil. Gestorven mensen zijn stil/liggen stil/hoor je niet/zie je niet)
- Morgen is het Paasfeest. Waar denken we dan aan? (Dat Jezus zijn graf open ging en dat Hij opstond uit de dood)
- Vertel dat er een dag komt waarop alle graven open zullen gaan. Wanneer zal dat zijn? (Als de Heere Jezus terugkomt naar deze aarde, op de dag van Zijn wederkomst) Bijbel erbij.
ZONDAG: PASEN
Drie vrouwen zijn de eersten die bij het graf komen en zien dat Jezus er niet meer is. Het graf is open. Jezus is opgestaan! Ze kunnen het niet geloven en toch is het waar.
Lees het Bijbelverhaal van de opstanding van Jezus aan de hand van een Kinderbijbel.
Activiteit
Steek mooie kaarsen aan. Het Licht van God dat op Goede Vrijdag uitgegaan leek te zijn, is weer aan. Jezus is niet dood. Hij is opgestaan uit de dood. Hij leeft en is voor eeuwig Koning. Daarom zijn we vandaag blij. We vieren dat Jezus nu de duivel en de zonden heeft overwonnen. Ons hart kan weer worden schoon gewassen door het bloed van Jezus!
Activiteit:
Zingen:
Meer weten over…
Christelijke Gastouderopvang
© Korelon 2026 | Alle rechten voorbehouden









